Ook bekend als hypoprothrombinemie of prothrombine-deficiëntie — een uiterst zeldzame stollingsafwijking die zowel mannen als vrouwen kan treffen.
Factor II-deficiëntie is een zeer zeldzame stollingsafwijking waarbij het lichaam onvoldoende prothrombine aanmaakt. Prothrombine is een essentieel eiwit dat fibrinogeen omzet in fibrine, waardoor de hemostatische plug kan worden gevormd die een bloeding afdicht.
Bij deze aandoening is het factor II-gehalte in het bloedplasma verlaagd. In sommige gevallen is het eiwitgehalte normaal of licht verlaagd, maar functioneert het eiwit niet correct. Die variant wordt dysprotrombinemie genoemd.
De diagnose wordt gesteld aan de hand van een bloedonderzoek waarbij het percentage prothrombine wordt bepaald. Dit gehalte kan variëren van 2% tot 50%. Een volledig ontbreken van factor II is waarschijnlijk niet met het leven verenigbaar — een dergelijk geval is tot op heden nog nooit beschreven. Mensen met een gehalte van 30% of meer ondervinden doorgaans geen ernstige bloedingsproblemen.
Een belangrijk onderscheid moet worden gemaakt tussen de erfelijke en de verworven vorm van de aandoening:
Factor II-deficiëntie is een erfelijke aandoening met een autosomaal recessief overervingspatroon, wat betekent dat zowel vrouwen als mannen erdoor kunnen worden getroffen. Bij een ernstige deficiëntie zijn doorgaans beide ouders drager: zij dragen elk een defect gen over aan hun kind.
Een drager beschikt over één defect gen en één normaal functionerend gen. Dit heeft als gevolg dat het factor II-gehalte bij dragers licht verlaagd kan zijn, zonder dat dit aanleiding geeft tot klachten. Het gehalte bij een drager schommelt doorgaans tussen de 30% en 70% van de normale waarde.